NBIA (BPAN, PKAN, PLAN)Inleiding

NBIA staat voor Neurodegeneration with brain iron accumulation. In het Nederlands: hersenziekten met afbraak van de hersenen (neurodegeneratie) en opstapeling van ijzer. NBIA is een groep erfelijke stofwisselingsziekten van de hersenen.

Met 'stofwisseling' bedoelen we het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels (zoals spieren, botten en organen) en voor energie. De stofwisseling gebeurt in alle cellen. Enzymen doen daar het werk. Een enzym is een eiwit dat een taak in het lichaam uitvoert. Werkt een enzym niet goed, dan raakt de stofwisseling verstoord. Een stof kan dan niet goed worden omgezet en stapelt zich op in de cel. Of een belangrijk product wordt te weinig of niet meer gemaakt. Hierdoor kunnen klachten ontstaan. Dat noemen we een stofwisselingsziekte.

IJzerstapeling in de basale ganglia
Mensen met NBIA hebben een hoog ijzergehalte in de basale ganglia in hun hersenen. De basale ganglia zijn een groep kernen diep in de hersenen. Ze helpen bij het regelen van bewegingen. Iedereen heeft daar wat ijzer zitten. Bij mensen met NBIA is het veel meer dan normaal. Op een MRI-scan (T2-gewogen beeld) is het ijzer te zien als donkere plekken. Het ijzer stapelt vooral op in een deel dat de globus pallidus heet. Vaak ook in de substantia nigra.

Hoe de ijzerstapeling precies samenhangt met de klachten, is nog niet duidelijk. Het is niet bekend of de hersenkernen ziek worden door de ijzerstapeling. Of dat de ijzerstapeling alleen het gevolg is van een ander, dieperliggend ziektemechanisme.

Naam: van Hallervorden-Spatz naar NBIA
NBIA heette vroeger de ziekte van Hallervorden-Spatz. Die naam komt van de Duitse artsen Hallervorden en Spatz. Zij beschreven in 1922 een familie waarin vijf zussen dezelfde klachten hadden. De ziekte heeft sindsdien een neutralere naam gekregen. Hallervorden werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog namelijk voor het Hitler-regime. Hij en zijn collega's hebben veel lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapte mensen laten doden om hun hersenen te kunnen onderzoeken. Een andere naam voor Hallervorden-Spatz is juveniele neuroaxonale dystrofie. De ziekte lijkt ook op de ziekte van Seitelberger (infantiele neuroaxonale dystrofie, INAD). Die laatste ziekte begint meestal eerder.

Sferoïden in de axonen
Zenuwcellen hebben lange uitlopers. Die uitlopers heten axonen. Ze geven berichten van de ene zenuwcel door aan de andere. Bij NBIA zijn sommige axonen opgezwollen door ophopingen van cellulair afval ('junk') dat er niet hoort. Deze zwellingen heten sferoïden. Bij de meeste vormen van NBIA zitten sferoïden alleen in de zenuwen van de hersenen en het ruggenmerg. Daarom kunnen ze meestal pas worden gezien na overlijden, bij hersenonderzoek. Bij INAD zitten de sferoïden ook in zenuwen door het hele lichaam. Dan kan een biopt (klein stukje weefsel) van de huid of spier al duidelijk maken om welke ziekte het gaat.

Vormen van NBIA
Er zijn verschillende vormen van NBIA. Elke vorm wordt veroorzaakt door een fout in een ander gen. Hieronder de belangrijkste vormen.

  • PKAN (Pantothenate Kinase-Associated Neurodegeneration): de meest voorkomende vorm. PKAN komt voor bij 35 tot 50% van alle mensen met NBIA. De fout zit in het PANK2-gen. Dit gen bevat de code voor het enzym pantothenaatkinase. PKAN erft autosomaal recessief over.
  • Idiopathisch NBIA: bij ongeveer 35% van de mensen met NBIA wordt geen bekende fout in een gen gevonden. Deze groep heeft 'idiopathisch NBIA'. 'Idiopathisch' betekent dat de oorzaak nog onbekend is. Onderzoekers zoeken naar nieuwe genen die NBIA veroorzaken.
  • MPAN (Mitochondrial membrane Protein-Associated Neurodegeneration): wordt veroorzaakt door een fout in het C19orf12-gen. De ziekte begint in de kindertijd of vroege volwassenheid met spasticiteit, dystonie, zwakke spieren door schade aan zenuwen, en problemen met het zien (optische atrofie). Veel patiënten met MPAN kunnen als volwassene nog lopen. Psychische klachten komen vaak voor: impulsief of dwangmatig gedrag, depressie en stemmingswisselingen. Anders dan bij andere NBIA-vormen krijgen de meeste patiënten ook geleidelijk problemen met denken (cognitieve achteruitgang).
  • BPAN (Beta-Propeller Protein-Associated Neurodegeneration): fout in het WDR45-gen.
  • INAD (infantiele neuroaxonale dystrofie): fout in het PLA2G6-gen. Begint heel vroeg in de babytijd.
  • Aceruloplasminemie: fout in het CP-gen. Bij deze vorm stapelt ijzer niet alleen in de hersenen op, maar ook in andere organen, zoals de lever. Belangrijke klachten zijn schade aan het netvlies, diabetes en neurologische klachten. Komt vooral voor in Japan (1 op de 2 miljoen volwassenen).
  • Neuroferritinopathie: fout in het FTL-gen.
  • CoPAN (COASY Protein-Associated Neurodegeneration): fout in het COASY-gen.
  • Kufor-Rakeb-syndroom: fout in het ATP13A2-gen. Begint meestal in de pubertijd. Klachten zijn jeugd-parkinsonisme, dementie, afwijkende oogbewegingen en onwillekeurige schokken in het gezicht en de vingerspieren.

De meeste vormen van NBIA erven autosomaal recessief over. Maar niet allemaal.

Klassieke en atypische PKAN
Binnen PKAN is er een klassieke en een atypische vorm. Sommige mensen hebben kenmerken van allebei. Patiënten met de klassieke vorm gaan sneller achteruit. De atypische vorm verloopt veel langzamer. De klachten en de leeftijd waarop ze beginnen, verschillen per patiënt.

Wereldwijd zijn enkele honderden patiënten met NBIA beschreven. Het is niet bekend hoe vaak de ziekte voorkomt in Nederland.